Vlaamse regering breidt compensatie voor indirecte emissiekosten uit

Geplaatst door De redactie

De Vlaamse regering wil de regeling voor de compensatie van indirecte emissiekosten uitbreiden naar bijkomende energie-intensieve sectoren. Door de principiële goedkeuring komen onder meer bedrijven uit de chemie, textiel, glas-, keramiek- en houtverwerkende industrie in aanmerking voor een tegemoetkoming in de indirecte CO2-kosten die vervat zitten in de elektriciteitsprijs.

Foto: Marcin / Pixabay

Volgens werkgeversorganisatie Voka is de uitbreiding een noodzakelijke stap voor de concurrentiepositie van de Vlaamse industrie. De organisatie wijst er tegelijk op dat de beschikbare steun volgens haar achterblijft bij wat de Europese regels toelaten.

Meer sectoren komen in aanmerking

De compensatieregeling is bedoeld om een deel van de indirecte kosten van het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) te vergoeden. Elektriciteitsproducenten rekenen de kosten van emissierechten door in de stroomprijs, waardoor energie-intensieve bedrijven indirect met die CO2-kosten worden geconfronteerd.

De Vlaamse regering breidt de bestaande regeling nu uit naar een tweede groep sectoren die volgens de aangepaste Europese richtsnoeren eveneens blootgesteld zijn aan indirecte koolstofkosten. De uitbreiding geldt voorlopig voor de emissiejaren 2026, 2027 en 2028 en kan, afhankelijk van budget en beleidskeuzes, worden verlengd tot 2030.

Beperkt budget

Voor de bestaande doelgroep blijft de compensatie op 75 procent, terwijl de Europese regels een maximum van 80 procent toelaten. Voor de nieuwe doelgroep kan in theorie eveneens tot 75 procent compensatie worden toegekend, maar daarvoor wordt een afzonderlijk en begrensd budget voorzien. Als de beschikbare middelen ontoereikend zijn, wordt de steun verdeeld over de aanvragers.

Voka verwacht daardoor dat de effectieve compensatie voor de nieuwe sectoren aanzienlijk lager kan uitvallen dan het Europese maximum. Volgens de organisatie blijft Vlaanderen daardoor minder ver gaan dan sommige andere lidstaten.

Investeringsvoorwaarden

De uitbreiding gaat gepaard met investeringsverplichtingen. Voor de nieuwe doelgroep moet de helft van de ontvangen steun opnieuw worden geïnvesteerd. Dat kan onder meer in energie-efficiëntie, hernieuwbare energie of elektrolyse. De investeringstermijn wordt verlengd tot zeven jaar en bedrijven krijgen meer flexibiliteit bij de invulling van die investeringen.

Voka noemt die langere termijn positief, maar waarschuwt tegelijk voor bijkomende nationale voorwaarden boven op het Europese kader. Volgens de organisatie kunnen dergelijke voorwaarden de concurrentiepositie van Vlaamse bedrijven verder onder druk zetten in een periode van hoge elektriciteitsprijzen en toenemende internationale concurrentie.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *