De Limburgse economie is volop in beweging. In 2025 werden bijna 9.700 nieuwe ondernemingen opgericht, maar tegelijk werden ook bijna 8.900 ondernemingen stopgezet. De economische dynamiek zit daarmee op een recordhoogte.

Een gezonde economie heeft een zekere graad van turbulentie en ‘vervelling’ nodig: sommige bedrijven verdwijnen en maken plaats voor nieuwe instappers en groeiers.
Tegelijk schuilt daarin ook een belangrijke nuance. Het hoge aantal stopzettingen vertraagt de nettogroei van het ondernemingsweefsel aanzienlijk. De voorlopige nettogroeiratio bedraagt nog slechts 0,9 procent, tegenover ongeveer vijf procent tijdens de uitzonderlijke groeijaren 2020 tot 2022. Volgens Unizo Limburg is dat een signaal dat de ondernemersdynamiek groot blijft, maar dat de aangroei van het ondernemerschap onder druk komt te staan.
Daarnaast blijft één opvallende vaststelling vaak onder de radar: tegenover elk faillissement staan vandaag elf stopzettingen. Waar faillissementen veel aandacht krijgen, blijven stopzettingen grotendeels buiten beeld, terwijl ze een veel grotere impact hebben op de evolutie van het ondernemingslandschap.
11 keer zoveel stopzettingen als faillissementen
In 2025 werden er in Limburg 8.867 ondernemingen stopgezet, een duidelijke stijging ten opzichte van de 7.277 stopzettingen in 2024. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van Statbel, het Belgische statistiekbureau, over de evolutie van de btw-plichtige ondernemingen in Limburg.
Binnen deze 8.867 stopzettingen in het afgelopen jaar zaten 799 faillissementen. In 2024 ging het om 790 faillissementen binnen de grote groep stopzettingen. Tegenover elk faillissement staan er bijgevolg elf stopzettingen. In 2010 en de daaropvolgende jaren tot 2013 was de verhouding nog maar vijf stopzettingen voor één faillissement. In de periode 2014 tot 2020 steeg de verhouding gestaag van zes naar acht stopzettingen voor één faillissement.
Het voorlopig cijfer voor 2025 voor heel Vlaanderen ligt met 10,2 lager dan de 11,1 in Limburg.
Bewuste keuze
Bart Lodewyckx, gedelegeerd bestuurder Unizo Limburg: ‘We zien meer ondernemers die er bewust voor kiezen om hun activiteit tijdig stop te zetten in plaats van te wachten tot een faillissement onvermijdelijk wordt. Zo kunnen ze vaak bijkomende schulden en heel wat menselijk leed vermijden. Dat betekent uiteraard niet dat een stopzetting vanzelfsprekend is. Voor veel ondernemers betekent het het einde van een droom of levenswerk. Daarom blijft het belangrijk dat ondernemers tijdig begeleiding zoeken wanneer het moeilijk gaat. Tegelijk zien we dat heel wat ondernemers nadien opnieuw ondernemen of een nieuwe professionele weg inslaan. Een stopzetting hoeft dus niet het einde van ondernemerschap te betekenen.’
Er kunnen uiteraard verschillende redenen zijn om een onderneming – vrijwillig of onvrijwillig – stop te zetten. Dat kan gaan van persoonlijke redenen als pensioen, arbeidsongeschiktheid, een overstap of terugkeer naar het loontrekkende statuut, over strategische beslissingen op basis van financiële cijfers of slechte economische vooruitzichten, een herstructurering, oprichting van een nieuwe vennootschap, onenigheid tussen aandeelhouders, tot en met een faillissement.
Tijdens de crisisjaren 2020-2021 zorgden het systeem van tijdelijke werkloosheid, de verminderde of uitgestelde sociale bijdragen en heel wat andere steunmaatregelen ervoor dat de bedrijven beschermd werden tegen de grootste schokken. Het moratorium op faillissementen bood bovendien nog een extra laag bescherming. De opeenvolging van de coronacrisis, gestegen grondstofkosten, energieprijzen, automatische loonindexering en inflatie in de voorbije jaren zorgt er echter voor dat veel bedrijven geen reserves of marge meer hebben, met als gevolg een duidelijke stijging in het aantal stopzettingen.
1 op 5 ondernemingen stroomt in of uit
Tegelijkertijd ziet Unizo ook nog altijd een hoog aantal oprichtingen. Na recordcijfers in de post-coronajaren is er een stabilisatie van het aantal oprichtingen, maar toch blijft de aangroei met 9.694 nieuw opgerichte ondernemingen in 2025 hoog.
Gekeken naar de turbulentieratio, oftewel de optelsom van de oprichtingen en de stopzettingen ten opzichte van het totaal aantal ondernemingen, dan toont 2025 een turbulentieratio van 19,7 procent. De turbulentieratio geeft aan in welke mate het economisch weefsel zich vernieuwt. Door de toename van zowel het aantal oprichtingen als het aantal stopzettingen stijgt deze ratio van 15,6 procent in 2010 naar 19,7 procent in het afgelopen jaar.
In de rest van Vlaanderen is dezelfde evolutie qua turbulentie zichtbaar: van 15,0 procent in 2010 naar 19,5 procent in 2025.
Bart Lodewyckx: ‘Met andere woorden: bijna één op de vijf Limburgse ondernemingen is actief in beweging. Dat toont aan dat onze economie zich voortdurend vernieuwt. Een gezonde economie heeft nood aan een zekere mate van doorstroming. Stopzettingen zijn daarom niet automatisch een negatief signaal, zolang er voldoende nieuwe ondernemers klaarstaan om die plaatsen opnieuw in te vullen. Nieuwe ondernemingen spelen in op nieuwe technologieën, maatschappelijke evoluties en veranderende markten, terwijl andere ondernemingen bewust of noodgedwongen stoppen. Die vervelling is op zich gezond. De Limburgse economie wordt almaar dynamischer, maar die dynamiek vertaalt zich wel steeds minder in extra ondernemingen.’
In absolute cijfers gaat het voor 2025 over een turbulentie van 18.561 ondernemingen (9.694 oprichtingen en 8.867 stopzettingen), op een totale populatie van 94.292 btw-plichtige ondernemingen in Limburg. In het jaar 2010 ging het om 5.440 oprichtingen en 3.741 stopzettingen, oftewel een turbulentie van 9.181 ondernemingen op een totaal van 58.962 Limburgse ondernemingen.
Nettogroei valt terug
De hoge turbulentie is op zich een positief signaal. Ze toont aan dat ondernemers blijven ondernemen en dat de Limburgse economie zich voortdurend vernieuwt. Uiteindelijk is echter niet alleen de optelsom van oprichtingen en stopzettingen van belang, maar ook het verschil tussen beide: hoeveel ondernemingen er netto bijkomen. En precies daar zien we een duidelijke afkoeling.
Voor 2025 bedraagt de voorlopige nettogroei in Limburg 827 ondernemingen, goed voor een nettogroeiratio van slechts 0,9 procent. Op basis van de definitieve oprichtings- en stopzettingscijfers voor 2025 zal deze ratio uiteindelijk enkele procentpunten hoger uitkomen, maar we zien toch een lagere nettogroei dan de vijf procent die in 2020-2022 genoteerd kon worden. De sterke stijging van het aantal stopzettingen zorgt er dus voor dat de hoge ondernemersdynamiek zich steeds minder vertaalt in een groeiend ondernemingsbestand.
Dat is een evolutie die we niet alleen in Limburg, maar ook in Vlaanderen zien. Voor heel Vlaanderen bedraagt de voorlopige nettogroeiratio 1,1 procent, eveneens lager dan de ongeveer vijf procent die in 2021 werd opgetekend.
Ook de verhouding tussen het aantal oprichtingen en stopzettingen illustreert deze evolutie. In 2025 kwamen er voorlopig nog 1,1 nieuwe ondernemingen bij voor elke onderneming die stopte. Tijdens de periode 2020-2022 lag die verhouding nog tussen 1,7 en 1,9, of met andere woorden: voor elke stopzetting kwamen er toen nog bijna twee oprichtingen in de plaats.
Bart Lodewyckx: ‘Een economie heeft starters én doorstroming nodig. Hoge turbulentie is op zich geen probleem, integendeel. Maar wanneer de nettogroei en de verhouding tussen het aantal oprichtingen en stopzettingen afneemt, moeten we dat ernstig nemen. Starters zorgen voor innovatie, investeringen en nieuwe werkgelegenheid. We moeten er dus alles aan doen om ondernemen aantrekkelijk te houden en ervoor zorgen dat onze startersmotor niet begint te sputteren.’







