Algemeen wordt de industrie beschouwd als belangrijkste motor voor productiviteit en een fundamentele pijler voor welvaart. Maar het belang van de industrie verliest terrein in de Vlaamse, en vooral Limburgse economie. Dat bericht POM Limburg.

In Limburg ligt de arbeidsproductiviteit van de industrie inmiddels lager dan die van de commerciële diensten en van de bouw. In Vlaanderen houdt de industrie beter stand en leunt de productiviteit nog steeds dicht aan bij deze van de commerciële diensten. Het verval van de industrie wordt nog meer duidelijk in de groeicijfers van de afgelopen vijf jaren.
Tussen 2019 en 2024 groeide de arbeidsproductiviteit in de Limburgse industrie met gemiddeld 19 procent. Dat is een stuk lager dan gemiddeld in Vlaanderen (27 procent) en eveneens ver onder de groei van de arbeidsproductiviteit van de hele Limburgse economie, die op 28 procent ligt. De bouw kende de afgelopen jaren in Limburg de sterkste productiviteitsgroei. De productiviteitskloof met Vlaanderen is in die sector dan ook het op één na kleinst.
Andere economische structuur
Over één ding zijn zowat alle economen het wereldwijd eens: groei van de productiviteit is cruciaal voor economische groei, stijgende welvaart en een hogere levensstandaard op de lange termijn. Maar die groei staat de laatste jaren onder druk, in Limburg, in Vlaanderen en in Europa.
Positief is wel dat het verschil in arbeidsproductiviteit tussen Limburg en Vlaanderen de afgelopen jaren iets kleiner werd. Het minder goede nieuws is dat de kloof nog steeds groot is. Dat betekent niet dat Limburg slechter presteert. Het betekent wel dat de economische structuur anders is, en dat we dus harder moeten groeien om het verschil verder te verkleinen.







