Vlaanderen groeit economisch en qua werkgelegenheid sneller dan Brussel en Wallonië. Dat blijkt uit de vooruitzichten van het Federaal Planbureau voor de periode 2025-2030. De verschillen tussen de gewesten worden volgens de prognoses de komende jaren nog groter, aldus Agoria.
De Belgische economie groeit in 2025 met 1,3 procent, maar vertraagt in de jaren daarna tot 0,9 procent in 2027. Die daling hangt samen met een terugval in overheidsinvesteringen en de impact van het ETS2-systeem op de huishoudconsumptie. Pas tegen het einde van het decennium zou de groei opnieuw aantrekken, tot 1,4 procent in 2029 en 2030.
Regionaal tekent zich een duidelijk verschil af. Vlaanderen blijft structureel boven het nationale gemiddelde presteren: de groei bedraagt er 1,5 procent in 2025 en opnieuw 1,5 procent in 2030. Wallonië blijft iets achter, met 1,2 procent in 2025 en 1,3 procent in 2030. Brussel groeit het traagst, met amper 0,7 procent in 2025 en 1,0 procent aan het einde van de periode.
Over de volledige periode gaat Vlaanderen er met 8,5 procent op vooruit, tegenover 7,1 procent in Wallonië en minder dan vijf procent in Brussel. De bestaande kloof tussen de gewesten wordt dus alleen maar groter.
Sectoren trekken groei uiteen
De uiteenlopende groeiresultaten zijn voor een groot deel terug te brengen tot sectoriële verschillen. In Vlaanderen nemen vooral de bouw, de financiële sector, de zakelijke diensten en de niet-commerciële diensten in omvang toe. Die sectoren zorgen voor een belangrijke bijdrage aan de groei.
In Brussel blijft de dynamiek in veel sectoren achter. Enkel transport en communicatie en maatschappelijke dienstverlening tonen een gunstige evolutie. De industriële productie daalt met tien procent, deels als gevolg van de sluiting van Audi Brussels in 2025. Ook in de daaropvolgende jaren blijft de industriële sector er krimpen. De handel, horeca en niet-commerciële diensten stagneren.
Wallonië zit qua sectorale groei meestal tussen beide regio’s in. Opvallend is wel dat de industrie er relatief beter presteert dan in Vlaanderen, met een cumulatieve groei van 4,6 procent tegenover 3,4 procent. Toch is de impact van die sector kleiner, omdat hij een beperkter aandeel uitmaakt van de Waalse economie.
De snelst groeiende sector (de overige commerciële diensten) maakt 32 procent uit van de economie in Vlaanderen en Brussel, maar slechts 26 procent in Wallonië. Niet-commerciële diensten, die trager groeien, zijn dan weer sterker vertegenwoordigd in Brussel en Wallonië.
Meer werkgelegenheid, vooral in Vlaanderen
Ook op de arbeidsmarkt groeit de kloof tussen de gewesten. De werkgelegenheid in België stijgt gemiddeld met 5,1 procent tussen 2025 en 2030. In Vlaanderen ligt die stijging hoger, op 5,8 procent, terwijl Brussel achterblijft met een groei van slechts 2,4 procent. Wallonië bevindt zich opnieuw dicht bij het nationale gemiddelde, met een toename van 5,2 procent.
De Belgische bevolking op arbeidsleeftijd groeit met 2,1 procent, maar de groep van twintig- tot vierenzestigjarigen blijft nagenoeg stabiel. Daardoor neemt de werkgelegenheidsgraad voor vijftienplussers toe tot 72,5 procent, en voor twintig- tot vierenzestigjarigen tot 74,7 procent. Dat is een vooruitgang, maar nog altijd ver verwijderd van de EU2020-doelstelling van tachtig procent.
Vlaanderen blijft de regio met de hoogste werkgelegenheidsgraad. Door de sterkere bevolkingsgroei neemt die graad er wel minder snel toe. In Brussel blijft de werkgelegenheidsgraad het laagst, maar net door de stabiele bevolking stijgt die relatief gezien sterker. Wallonië boekt beperkte vooruitgang, maar het verschil met het nationale gemiddelde blijft bestaan.
Vlaanderen blijft voorsprong uitbouwen
De cijfers van het Federaal Planbureau maken duidelijk dat Vlaanderen zijn voorsprong op economisch vlak de komende jaren verder vergroot. De regio profiteert van een gunstige sectorstructuur en een hogere dynamiek in meerdere domeinen. Brussel en Wallonië daarentegen blijven achter, zowel qua groei als qua jobcreatie. De kloof tussen de gewesten dreigt daardoor nog moeilijker te dichten.







