De verre export van Limburgse ondernemingen geraakt in de eerste helft van 2025 maar niet van de grond. Uit een analyse van het Exportloket van Voka – KvK Limburg blijkt dat het aantal afgeleverde certificaten van oorsprong (CO’s) voor export buiten Europa met twee procent is gedaald in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Ook de goederenwaarde zakt met zes procent ten opzichte van de eerste jaarhelft van 2024.

‘Het wereldwijde klimaat van economische en geopolitieke onzekerheid speelt onze Limburgse (export)bedrijven parten. Meer dan ooit hebben onze ondernemingen een uniform exportkader en strategisch ondersteuning nodig om internationaal concurrentieel te blijven’, zeggen Johann Leten en Christine Thonnon, gedelegeerd bestuurder en manager internationalisatie van Voka – KvK Limburg.
‘De terugval in de verre export is geen toeval’, trapt Christine Thonnon, manager internationalisatie van Voka – KvK Limburg, een open deur in. ‘Aanhoudende geopolitieke spanningen – waaronder het voortduren van internationale handelsconflicten, instabiliteit in diverse regio’s en de impact van het beleid en retoriek van de Amerikaanse president Donald Trump creëren een klimaat van onzekerheid waarin exportbeslissingen vaak worden uitgesteld of herzien.’
Bedrijven blijven voorzichtig in hun internationale engagementen en kiezen vaker voor markten dichter bij huis. Dat blijkt ook uit een grondige analyse van de oorsprongscertificaten (CO’s) die Voka – KvK Limburg halfjaarlijks uitvoert. Deze certificaten geven aan in welk land een product is vervaardigd of waar essentiële onderdelen vandaan komen. In de eerste helft van dit jaar daalde het aantal CO’s met twee procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
Terughoudendheid
Een opvallende trend is de verschuiving van de blikrichting van Limburgse exporteurs: waar landen zoals de Verenigde Staten traditioneel als interessante afzetmarkten werden beschouwd, zorgt het heropleven van het protectionistische beleid onder invloed van regimes zoals dat van Trump voor toenemende terughoudendheid. In plaats daarvan groeit de belangstelling voor alternatieve markten zoals het Midden-Oosten en bepaalde delen van Azië. Die markten zijn opkomend en bieden kansen, maar gaan eveneens gepaard met hun eigen risico’s en complexiteit.
Niet alleen het exportvolume daalt, ook de waarde van de geëxporteerde goederen neemt een duik. Met 519.012.156 euro daalt de goederenwaarde met zes procent in vergelijking met de eerste jaarhelft van 2024. ‘Doordat de goederenwaarde sterker daalt dan het aantal CO’s, wijst dit op een stabilisatie of zelfs daling van de exportprijzen. Dat kan te maken hebben met veranderende marktvraag, overaanbod in bepaalde sectoren of concurrentiedruk uit landen met lagere productiekosten. Limburgse bedrijven voelen hierdoor de druk op hun marges toenemen, wat hun internationale concurrentiepositie verder ondergraaft’, beschrijft Thonnon.
Midden-Oosten blijft koploper
In de tien topbesmettingen voor verre export is een ongewijzigd beeld te zien. De top drie blijft ongewijzigd. Turkije blijft net als de afgelopen jaren de lijst aanvoeren, gevolgd door China en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Daarnaast Algerije opschuift binnen de top tien. Het Midden-Oosten bevestigt zo haar positie als topbestemming voor Limburgse verre exporteurs gezien de strategische ligging, de financiële mogelijkheden en de sterke economische groei die verschillende landen in de regio de laatste jaren hebben doorgemaakt. De producten en goederen die Limburgse bedrijven exporteren naar het buitenland blijven divers. Zo voeren de ondernemingen vooral chemieproducten, transportmiddelen, machines, dranken, voeding en industriële toepassingen uit. De top tien vertegenwoordigt 64 procent van de totale waarde van verre export. Limburgse bedrijven voeren op basis van de certificaten van oorsprong uit naar meer dan 170 landen.
Beleid en ondersteuning nodig
De Limburgse export verkeert in woelig vaarwater, en dus zijn er volgens Voka – KvK Limburg gerichte beleidsmaatregelen nodig om deze negatieve trend te keren. ‘Europa kan en moet een belangrijker alternatief vormen voor bedrijven die momenteel twijfelen om in verre markten actief te blijven of zich daar opnieuw te vestigen’, zegt Christine Thonnon. ‘Dit vereist echter een eenvoudiger en meer uniform exportkader binnen de EU. Administratieve vereenvoudiging en betere afstemming tussen lidstaten zijn essentieel om bedrijven te overtuigen van het Europese potentieel als betrouwbare afzetmarkt.’
Daarnaast blijven hoge productiekosten een grote zorg voor veel Limburgse ondernemingen. In vergelijking met internationale concurrenten kampen Belgische bedrijven nog steeds met structurele lasten die hun concurrentiekracht aantasten. Beleidsmaatregelen die deze kloof helpen dichten – via fiscale stimuli, energiekostverlagingen of investeringen in innovatie en digitalisering – kunnen cruciaal zijn om onze bedrijven internationaal opnieuw sterker te positioneren.
Om die reden verwelkomt Voka – KvK Limburg het interfederale plan MAKE 2025–2030, dat tot doel heeft onze economie te herindustrialiseren. Voka zal actief deelnemen aan de centrale stuurgroep. MAKE 2030 biedt een forum waar de belangrijkste beleidsmakers en economische krachten in dit land samenwerken aan een gecoördineerd industrieel beleid. Zo’n beleid overstijgt de grenzen van beleidsniveaus en vereist samenwerking tussen de Europese, federale en Vlaamse bevoegdheden. ‘Binnen dit plan moeten we de concurrentiekracht van bedrijven verbeteren via acties op het vlak van loon-en energiekosten, en regeldruk. Daarnaast moeten we de klimaat-en energietransitie versnellen, en moeten we werken aan een strategische autonomie en een sterkere Belgische stem op Europees niveau’, vertelt Thonnon.
Tot slot is begeleiding naar nieuwe groeimarkten essentieel. ‘In een wereld die steeds instabieler wordt, moeten bedrijven zich niet enkel focussen op vertrouwde exportbestemmingen. Ze moeten leren diversifiëren en strategisch te werk gaan, met oog voor risico’s, maar ook voor lange termijnopportuniteiten. We beseffen dat dit niet van vandaag op morgen kan gebeuren, maar het is wel essentieel om weerbaar en concurrentieel te blijven. Enkel door te investeren in veerkracht, samenwerking en marktdiversificatie kunnen we de Limburgse exportmotor opnieuw laten draaien’, besluit Christine Thonnon.





