Houtkachelproducent en gieterij Dovre maakt sinds corona gouden tijden door. Met de hoge energieprijzen van het moment blijft de vraag naar kachels hoog.
‘Nu is het moment om een Dovre haard te kopen’. Met deze advertentietekst op social media pakt gieterij Dovre uit Ravels in verschillende talen uit. Met 130 medewerkers en een productiebedrijf in Polen is Dovre de grootste gieterij in België. Door de hoge gasprijzen zit de vraag naar houtkachels erg in de lift. Ook het aspect van energie-autonomie spreekt in het voordeel van Dovre die kachels onder eigen merknaam giet.
‘Corona en andere ontwikkelingen hebben bij consumenten de behoefte aan meer autonomie aangewakkerd en dat kunnen houtkachels bieden’, vertelt algemeen directeur Stéphane Hulin. In de advertentietekst erkent de kachelmaker dat houtverbranding net als andere fossiele brandstoffen een negatieve impact op het klimaat heeft. ‘Maar met onze techniek kunnen we deze impact wel minimaliseren. Bovendien is hout een recyclagemateriaal en heeft het in zijn leven CO2 opgeslagen.’
De goede markt voor kachels komt na of tegelijkertijd met de coronacrisis die voor Dovre allesbehalve een crisis was. De gieterij zag de vraag naar kachels een vlucht nemen. Aan huis gekluisterde mensen gingen massaal aan het verbouwen. De coronaboom betekende een sterk contrast met begin 2020. Toen was het bedrijf wegens een aanhoudende slechte conjunctuur aan het reorganiseren waarbij er meer productie naar Polen werd doorgeschoven om zo de kosten te drukken.
Een andere factor die tot een grote productiepiek heeft geleid vorig en dit jaar, was het faillissement van Lovink in Nederland. Lovink was qua omvang en marktsegment vergelijkbaar met Dovre, dat zeventig procent van de omzet genereert uit kachelgietwerk en nog eens twintig procent genereert uit cookware, zoals bbq’s, kookplaten, pannendragers, potten en pannen. Klanten van Lovink klopten massaal bij Dovre aan. ‘Het kachelseizoen brak aan en bedrijven hadden ineens geen leverancier meer’, verklaart productiedirecteur Kris Van de Ven.
Op zoek naar nieuwe markten buiten kachelgieterij
Dit heeft er al met al toe geleid dat Dovre al een jaar op volle capaciteit draait, waar het in normale jaren een productiedip kent in het voorjaar. Ondanks de goede economie, is de bedrijfsleiding niet blind voor toekomstige ontwikkelingen.
Diversificatie van het productieproces staat hoog op de strategische agenda, net als het vinden van nieuwe klanten in andere sectoren. Hulin legt uit: ‘De kachelbusiness is seizoensgebonden, waardoor we in het voorjaar een productiedaling kennen. Door in deze periode meer werk te voorzien, kunnen we de kosten beter verdelen en ons rendement opvoeren.’
Gieterij Dovre produceert kachels onder eigen merknaam en giet tevens voor andere kachelmerken.
De gestegen energieprijzen gaan overigens niet ten koste van de eigen productiekosten, geeft Hulin aan. ‘Wij werken met langetermijncontracten en deze lopen nog tot volgend jaar.’ De energiekosten
liggen ook niet hoger dan zeven procent van de totale kosten. Veruit de grootste kostenpost is het personeel.
Alhoewel een groot gedeelte van de productie geautomatiseerd is, komt er nog veel specialistische arbeid aan te pas. ‘Veel onderwerpen moeten na het gieten nog afgewerkt worden, gestraald, geslepen en gepoedercoat’, legt Van de Ven uit. Het vinden van personeel is net als bij andere maakbedrijven een groot probleem, legt de bedrijfsleider uit.
Schaarste grondstoffen nopen tot inventiviteit
Toch is de krapte op de arbeidsmarkt niet de uitdaging op het moment. De kachelmaker, die behalve eigen kachels ook onderdelen giet voor andere kachelbouwers, ervaart veel hinder van het gebrek aan basismaterialen en de sterke prijsstijging van staal. ‘Waar we vroeger vier leveranciers hadden voor sommige materialen, kunnen we nu vaak maar bij een of twee terecht en deze vragen torenhoge prijzen en bieden lange levertermijnen.’
Door de grote prijsstijging van grondstoffen heeft Dovre een metaaltoeslag ingevoerd voor afnemers. ‘Deze toeslag wordt maandelijks herbekeken’, aldus Hulin. Dit geldt vooral voor het werk dat zij in toeleverantie doen, hetgeen zestig procent van het werk betreft. Ook de eigen kachels die door dealers werden tussentijds al noodgedwongen in prijs verhoogd.
Tachtig procent van de productie vertrekt naar het buitenland, van Noorwegen tot Oostenrijk, Japan en Zuid-Afrika. ‘Nederland en België zijn maar een klein stipje op de mondiale kachelmarkt’, geeft Van de Ven aan. ‘De kachel is hier een puur luxegoed, terwijl hij in bijvoorbeeld Scandinavische landen deel uitmaakt van de cultuur en iedereen op hout stookt.’
Ook hebben de lange leveringstermijnen van grondstoffen een grondige wijziging de werkmethode tot gevolg gehad. ‘We moeten nu veel langer vooruit plannen, rekening houdend met de lange levertijden’, vertelt Hulin. ‘De planningsdivisie loop op de tippen van zijn tenen om het basismateriaal aangevoerd te krijgen.’


