In juli en augustus spraken de Belgische ondernemingsrechtbanken 749 faillissementen uit. Ter vergelijking: tijdens de zomer 2020 waren er 961 faillissementen (-22%) terwijl dit er in 2019 1.368 (-45,3%) waren.
Hiermee ziet Graydon ook voor de afgelopen zomermaanden een bevestiging van de beweging die sedert het begin van de coronacrisis speelt. Let wel: traditioneel worden tijdens de zomermaanden beduidend minder faillissementen uitgesproken als gevolg van het gerechtelijk zomerreces.
Met betrekking tot de periode januari tot en met augustus 2021 resulteert dit in 4.038 uitspraken: 34,2 procent minder dan over dezelfde periode verleden jaar waar de eerste twee maanden nog geen corona-effect meetbaar was, en 54 procent minder dan over dezelfde periode in 2019.
Faillissementen per gewest
Dezelfde tendensen zijn te zien over de verschillende regio’s. Zo meet het Vlaamse Gewest 2.109 faillissementen met betrekking tot de periode 1 januari tot en met 31 augustus 2021 (een daling met -35,8%), Brussel telde 740 faillissementen (-39,2%) en Wallonië 1.149 (-27,7%).
Overschouwt men op federaal niveau de volledige covid-periode vanaf 1 april 2020 tot en met 31 augustus 2021 dan legden 8.835 ondernemingen de boeken neer. Vergelijkt men deze cijfers met eenzelfde covid-vrije periode van 1 april 2018 tot en met 31 augustus 2019 (14.979 cases) dan is een daling van 41 procent te zien.
Oorzaken
Graydon geeft een opsomming van de oorzaken van de fundamentele dalingen van het aantal faillissementen.
- De moratoria op faillissementen: gedurende de coronacrisis riep onze overheid twee maal een moratorium uit over de faillissementen.
- Tussen de twee wettelijke moratoria en in de praktijk tot op vandaag geldt er naast het wettelijk moratorium ook een feitelijk moratorium. Inderdaad geven de schulden bij de belastingdiensten (FOD financiën) of de sociale zekerheid (RSZ) tijdelijk geen aanleiding tot dagvaarding ter faillissement. Pre-corona waren beide instanties in belangrijke mate de initiatiefnemers voor dagvaardingen ter faillissement.
- De (tijdelijke) hervorming van de toegang van de procedure van gerechtelijke reorganisatie biedt snellere en sterk vereenvoudigde toegang tot de GRP. De zogenaamde ‘pre-pack’, waarbij geen publicatie van de procedure in het Belgisch Staatsblad geldt, biedt de mogelijkheid om onder bescherming de schuldeisers in volle discretie te ontmoeten en hen te overtuigen af te zien van een snelle terugbetaling van vorderingen vooraleer een akkoord is bereikt. Bovendien wordt de minnelijke schikking sterk aangemoedigd omdat de procedure recht geeft op belastingvrijstelling (wat tot nader order enkel gold voor reorganisaties bij gerechtelijk vonnis).
- Specifiek met betrekking tot de afbetaling en bijdragen voor het jaar 2020 biedt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) minnelijke afbetalingsplannen met een maximale duur van 24 maanden.
- Tot en met 31 december 2021 geldt een fiscale vrijstelling van vergoedingen die naar aanleiding van COVID-19 door gewesten, gemeenschappen, provincies of gemeenten zijn toegekend.
- De verschillende overheden in ons land ontwikkelden, zowel in de beginperiode als nog in recente maanden, een ruim scala aan COVID-19 gebonden steunmaatregelen. Op federaal niveau denken we hierbij onder meer aan het Belgian Recovery fund, de betalingsuitstellen op ondernemingskredieten, het overbruggingsrecht en de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, de ondersteuning van diverse (zwaargetroffen) sectoren, de coronapremie en de Tax-shelter Covid-19 etc. Evengoed ontwikkelden zowel de regionale overheden, provincies en steden een bijzonder ruim scala aan steunmaatregelen gaande van allerhande premies over diverse leningen, betalingsuitstellen en transformatiesteun.
Ongetwijfeld hadden en hebben de maatregelen hun effect niet gemist. In de recente bijzonder turbulente tijden werden en worden heel wat bedrijven actief ondersteund waardoor het aantal bedrijven dat door de crisis in bijzonder zwaar weer is verzeild beduidend is gereduceerd. In eerdere publicaties toonden wij duidelijk aan dat zonder al deze maatregelen ruim dubbel zoveel bedrijven als gevolg van de crisis in moeilijkheden geraakt zouden zijn.
De komende maanden zullen de steunmaatregelen geleidelijk worden afgebouwd (in de ene regio sneller dan de andere). De aangegane leningen zullen moeten worden terugbetaald. De relance van de economie dekt niet het volledige gecumuleerde omzetverlies in functie waarvan vaak schulden zijn opgestapeld. Ook de belangrijke prijsverhogingen van vele primaire grondstoffen en energie, de tekorten of moeilijke aanvoer van andere producten zijn hordes die moeten genomen worden. Dit worden dé uitdagingen waar we de komende maanden en jaren voor staan.


