Loopt Vlaanderen achterop bij de implementatie van nieuwe technologie doordat er geen cultuur bestaat om te investeren in innovatieve technologie? Bijna driekwart van de deelnemers aan de 3e editie van Manufacturing Day beantwoordde die vraag met ‘ja’. Professor Bert Lauwers van de KU Leuven, die de vraag stelde, was verrast. Op 50 procent ‘ja’ had hij gerekend, maar niet op meer dan 71 procent.
Vlaanderen doet op technologie-gebied veel voor de maakindustrie. Toch dringen innovaties blijkbaar slechts mondjesmaat door in de kmo’s. Dat innovatieve technologieën met nog geen hoog Technology Readiness Level (TRL) minder goed scoren is tot daar aan toe. Maar dat een technologie als 5-assig frezen, die niet alleen een hoge TRL-waarde heeft maar eveneens een hoge Market Readiness Level, nog minder wordt toegepast in de Vlaamse verspanende industrie, bevreemdt professor Lauwers, die tijdens Manufacturing Day inging op een aantal kansrijke technologieën voor de Vlaamse maakindustrie. ‘Hard bewerken en 5-assig frezen zijn technologieën die technisch rijp zijn. We hebben echter de indruk dat ze hier minder worden toegepast dan in andere regio’s.’ Nog zo’n voorbeeld vindt hij het selectief lasersmelten van metalen (additive manufacturing). Hoewel de technologie mede aan de KU Leuven is ontwikkeld, is het aantal Vlaamse bedrijven dat ermee werkt, beperkt. In de plaatwerkindustrie geldt hetzelfde voor het incrementeel omvormen, ondersteund met de laser. Ook dit is een technologie van Vlaamse bodem, maar wordt amper gebruikt. Zo kan hij nog een heel rijtje aan bewerkingstechnieken met potentieel opsommen, die in Vlaanderen nauwelijks worden toegepast.
Gebrek aan kennis van afzetmarkten, tijd en geld zijn enkele redenen waarom de implementatie achterblijft. Een stemming onder de ruim 180 deelnemers aan Manufacturing Day, liet zien dat men vooral de economische waarde bewezen wil zien voordat men investeert.
Onderzoeksprojecten
Een argument dat eigenlijk niet helemaal terecht is, want onder andere Sirris maar ook andere kenniscentra hebben veel collectieve onderzoeksprojecten uitgevoerd. ‘Waarom doen Vlaamse bedrijven hier minder aan mee’, vraagt Bert Lauwers zich af. En toen kwam dus de aap uit de mouw: we hebben de cultuur niet, we hebben schrik om te investeren in nieuwe technologie. Bijna 72 procent van de deelnemers gaf dat als de belangrijkste reden op. Voor Bert Lauwers een argument dat in toekomstige projecten iets gedaan moet worden aan de cultuur en dat er nog meer werk moet worden gemaakt van het aantonen van het economisch potentieel van nieuwe technologieën.
Strategisch onderzoekscentrum
Die aanpak komt er, weet Herman Derache, directeur Sirris Vlaanderen. De Vlaamse overheid wil 25 miljoen euro investeren in een strategisch onderzoekscentrum (SOC) voor de maakindustrie. ‘Dat moet technologie en kennis beschikbaar maken voor implementatie. Het moet op de lange termijn extra onderzoek uitvoeren op de industriële agenda. Naar zaken waar bedrijven naar vragen.’ Samen met de
investeringen door de industrie zelf, betekent dit dat er driehonderd extra onderzoekers beschikbaar komen voor de Vlaamse maakindustrie. Honderd bij het op te richten strategisch onderzoekscentrum, honderd bij de universiteiten en honderd bij de bedrijven. Vlaanderen werkt momenteel aan een nieuw industrieel beleid, waar het lopende Made Different project in past. Het Agentschap Ondernemen roept sectoren op aan te geven welke projecten ze ondersteund willen hebben. Op 13 en 14 maart 2014 organiseert de Vlaamse overheid een tweedaags evenement rond het nieuwe industrieel beleid. Herman Derache kon overigens melden dat de eerste bedrijven gestart zijn naar de transformatie naar factory of the future. Een hiervan is schokbrekerfabrikant Tenneco in Sint Truiden. In december start het bedrijf met de uitvoering van de plannen, in december 2015 hoopt men de transformatie te hebben afgerond. De eerste stap die men zet is het transformeren van het productieproces.


